5 April 2020
 

Djenné

Toegevoegd: 13 november 2005, Ouagadougou

 

Donnez moi !

3 november 2005, Djennè

We zijn net aangekomen en nemen een kamer, nogal spartaans, in hotel Kiro-Kourou. De kamer is koel door de dikke lemen muren, waar de zon geen vat op heeft.Schoon gedouchd, stappen we de straat op. Direct naar de wereldberoemde moskee, waar we al een glimp van hebben kunnen opvangen toen we er langs reden. Het is de dag van het Suikerfeest. Het wemelt van de kinderen op straat, in hun mooiste kleren gestoken. Helaas lijken de kinderen door de opwinding van de feestdag hun grenzen van fatsoen kwijt te zijn. Elk kind steekt zijn hand uit: Donnez moi l’argent! De meesten vragen het nog, maar een aantal halen het bloed van onder onze nagels. Met een brutale tronie wijzen ze in hun uitgestoken hand en commanderen ons geld te geven. Wat is dit voor idioot gedrag? Het zou hetzelfde zijn wanneer Christelijke mensen moslims, boedhisten en hindoes commanderen hun kerstmaaltijd te betalen, waar vervolgens alleen Christelijke mensen van mogen genieten. We houden onze knip dus goed dicht en vluchten bijna terug het hotel in. Daar zien we Stellan terug, de gekke Zweed op zijn fiets die we in Bamako ontmoet hebben. Hij heeft zijn fiets achtergelaten en heeft met Minos, een Fransman met Grieks bloed, een pirogue gekocht. Hiermee zijn ze naar Djenné gepeddeld; een tocht van 10 dagen! Ze weten een goed eetstalletje en alhoewel deze mama het niveau van de mama uit Bamako niet haalt, is het wel smullen na 3 dagen simpel eten op de pirogue.

 

Touristisch toerke

5 november 2005, Djenné

Stellan en Minos vertrekken vandaag naar Timboektoe met hun pirogue. We komen ze tegen in de oude wijk Sankoré als we op zoek zijn naar het huis van de chef de ville. Ze zijn samen met Ousman, een electriciën, die bevriend is geraakt met Minos. Ousman is verre familie van de chef en brengt ons er naar toe, want ook Stellan en Minos willen hun gift van kolanoten overhandigen. De chef is duidelijk een man die het gewend is om alleen maar respect te ontvangen en straalt een bijna gevaarlijke autoriteit uit. Het is zaak om geen fouten te maken! Hij woont absoluut in het mooiste huis van Djenné. In feite bezit zijn gehele familie de mooiste huizen die Djenné rijk is. Ousman gids ons door de oude wijk en heeft een familielid wonen vlakbij de grote moskee. Daar kunnen we op het dak de moskee goed bekijken zegt hij. We moeten omzichtig te werk gaan. Ousman is geen officiële gids en doet dit uit pure vriendschap. Als de officiële gidsen zien dat hun geld door hun neus geboord wordt, kan dat vervelend uitpakken voor Ousman. Hij loopt dus 15 meter voor ons uit. We vinden elkaar weer in de oudste wijk van Djenné, achter de moskee. Op het dak hebben we een groots uitzicht. Ons beeld, dat door de eerste dag toch wel wat negatief gekleurd was, is definitief veranderd. Het is absoluut de mooiste stad van Mali! En alhoewel er te veel brutale straatschoffies zijn, die ons het behoorlijk lastig maken soms, komen we ook hier weer ontzettend vriendelijke mensen tegen, die ons hartelijk welkom heten en zeggen blij te zijn dat we naar Djenné zijn gekomen. En die straatschoffies? Waarschijnlijk de keerzijde van de medaille dat toerisme heet of zijn het de koranschoolleerlingen, die hun kostje zelf bij elkaar moeten scharrelen? We vermoeden het eerste, maar dat neemt niet weg dat bij een reis door Mali een bezoek aan Djenné een must is.