14 December 2019
 

Een bezienswaardigheid in vissersdorp

Toegevoegd: 21 januari 2006

 

Agyan, 10 tot en met 12 januari 2006

Wolf biedt ons een lift aan naar Axim. We ontbijten samen en nemen afscheid van Grace, Joseph, Steve, Savannah en Sanne. De laatste 2 gaan met een tro tro richting Takoradi. Als we onze spullen de heuvel afslepen, staat Sanne naast de auto van Wolf. Ze zijn bijna door hun geld heen en hebben nog net genoeg om in Takoradi te komen, maar de jongens van de tro tro vragen een belachelijk hoog bedrag voor hun bagage. Sanne vraagt of het ok is om een stukje mee te rijden tot het kruispunt Princesstown, waar ze weer een tro tro kunnen pakken. Natuurlijk kan dat. Sanne en ik kruipen op de achterbank. Uitgezwaaid door Grace en Joseph rijden we de heuvel af en stoppen achter de tro tro. Savannah zit daar te wachten bovenop hun bagage. Terwijl we allemaal helpen om de bagage in te laten, zie ik de spottende gezichten van de tro tro gasten. Ik word opeens zo boos en roep 'Very smart of you! Now you do not earn anything!'. Dat valt niet in goede aarde natuurlijk en ze roepen kwaad iets terug in hun locale taal. Als we allemaal zitten, komt een van de jongens nog naar de auto toe om 'het uit te leggen'. Ik ben nog steeds kwaad en gooi met een arrogant 'Bye bye' het portier voor zijn neus dicht. We zijn het er allemaal over eens: dit is de lelijke kant van Afrika; het haat-gedeelte in mijn haat-liefde verhouding met Afrika.

Meestal laat Afrika na zo'n ervaring direct dat liefde-gedeelte zien, alsof ze wil compenseren wat sommigen van haar inwoners verkeerd doen. Wolf zet ons eruit bij het kruispunt naar Agyan. Dat lijkt geen slimme zet, want er komt 1 shared taxi voorbij, die al vol zit en er wachten zeker 10 mensen op een taxi. Dan stopt er een truck. Iedereen die naar Agyan wil springt op. Enthousiast worden onze rugzakken in de laadbak gegooid. Mar gaat achterin en ik moet perse op de voorbank. Argwanend vragen we nog hoeveel dit ritje moet kosten. 'No pay, no pay' drukken ze ons op het hart. We geloven het nog niet helemaal en de schrik slaat ons om het hart als we opeens een smal, dichtbegroeid paadje inslaan. 'Nu is het gebeurd, nu zijn we de lul' denken we allebei. Maar niets is minder waar. Behulpzaam helpen de mannen ons met de rugzakken en leggen ons uitgebreid uit hoe we moeten naar het vissersdorpje moeten lopen. Als we zichtbaar staan te twijfelen of we toch niet iets moeten geven, roepen ze weer 'No pay, no pay'. Nog helemaal verbouwereerd ploegen we door het rulle zand. Geen idee eigenlijk waar we nou preceis naar toe gaan. Het is een beetje vage tip van een andere reiziger, die er geweest is. Het aanbod van 2 jongens om ons de weg te wijzen, die dus kennelijk wel weten waar we naartoe op weg zijn, nemen we dan ook dankbaar aan. Druipend van het zweet, komen we bij een soort rafiahuisje aan. Eric springt op en vraagt waar we naar toe gaan. 'The Lou Moon' zeggen, de enige naam die onze tipgever ons kon melden. 'Dat hotel is nog niet af, jullie moeten hier zijn. Ik wist namelijk dat ik vandaag gasten zou krijgen.' Alhoewel hij het onmogelijk kon weten dat we zouden komen, lijkt alles erop dat hij ons echt verwachtte. Later zegt hij iets over een vriend in Princesstown en dat hij Steve kent... Enig verband hier misschien?

We gooien onze tassen neer, vegen het ergste zweet van ons gezicht af en sjokken achter de enthousiaste en vriendelijke Eric aan. Hij wil ons het hotel laten zien dat een (franstalig) Belgs stel aan het bouwen is. De inwoners van het dorp lachen breeduit als we langslopen. Kinderen hollen uitgelaten achter ons aan. Soms als je je vies en moe voelt, is dat een beetje teveel van het goede, maar je kunt niet veel anders dan het te accepteren. Het hotel 'Lou Moon Lodge' is een veelbelovend project. Aan een sprookjesachtige baai gebouwd, waar de zee rustig is, wordt het de uitgesproken plek in Ghana om heerlijk te relaxen. De vrouw van het Belgse stel komt later nog bij ons langs en vertelt dat het een samenwerkingsproject is met de inwoners van Agyan. De bouwvakkers zijn allemaal inwoners van Agyan (hierdoor gaat de bouw wat langzamer dan normaal omdat het eigenlijk vissers zijn), de banen worden later opgevuld door inwoners van Agyan, een gedeelte van de winst gaat naar het dorp toe en de vis wordt natuurlijk van de plaatselijke vissers gekocht.Eric heeft, als zoon van de chief, een belangrijke functie in het project. Ons strandhuisje blijkt geen officieel gusethouse te zijn zoals we dachten, maar het huisje van een van de partners in het project!

We ontmoeten weer een Joseph, die als visser prachtige verhalen vertelt. Hij is zo vrolijk en onbezorgd, dat we het prima vinden dat hij ons elke dag even opzoekt. En wij? Wij doen helemaal niets. Beetje zwemmen in de baai bij het hotel, opdrogen, zonnen, lezen, slapen en eten, vooral veel ananassen. Vanuit ons hutje, genieten we van aan de ene kant het dorpje, de vissersbootjes en de zee en aan de andere kant het strand,  de palmbomen en de zee. Soms ietwat verstoord door de hordes kinderen, die ons als een bezienswaardigheid komen bekijken. Elke beweging van ons wordt op de voet gevolgd, zelfs tot bijna in de wc toe!

Agyan is een bijzondere plek. Vooral omdat het nog zo puur is. Het is ontroerend om te zien hoe jong en oud ons toezwaait. Een paar kindjes heben zelfs 1 Frans zinnetje geleerd: 'Comment tu t'apelle?'; ze begrijpen alleen het antwoord niet. De meeste mensen roepen alleen maar 'Bye bye'; het enige Engels dat ze kunnen. De allerkleinsten zijn soms om op te vreten als ze nog onhandig met beide handjes zwaaien. Als we door het dorpje lopen, begrijp ik een beetje hoe Koningin Beatrix zich soms moet voelen. Zwaaien en lachen, totdat je er verkrampte kaakspieren van krijgt.

 

(voor iedereen die geinteresseerd is: http://www.loumoon.net/)