21 October 2018
 

Feeling 'good' op Koh Wai

Toegevoegd: 20 december 2006

Koh Wai, 8 tot en met 16 december 2006

De zee klotst tegen de palen aan, waar onze hut op rust. Onze bungalow staat op de rotsen met aan beide kanten een klein, wit strandje. We zitten al vijf dagen op Kow Wai en zijn net verhuisd van Koh Wai Paradise naar Good Feeling. Op zich is er niet veel aan te merken op Koh Wai Paradise, maar het ontbreekt er aan een gezellige sfeer. De dagjestoeristen die elke dag Koh Wai Paradise bezoeken, maakt het ook geen rustige plek. Plus het is niet de plek die Armando, ontmoet in Bangkok, bedoelde.

Op 8 december stappen we in de overheidsbus naar Trat, waar we met taxi afgezet worden bij een pier. Niet de juiste, want de ook in Thailand bestaat het commissiesysteem. Gelukkig reizen we al wat langer dan vandaag en vermoeden dat er ook andere, goedkopere manieren zijn om op Kow Wai te komen dan per dure speedboot. De chauffeur blijft netjes en zet ons bij de juiste pier af, waar we een directe boot nemen naar Koh Wai. De vrouw achter de balie overvalt ons een beetje met de vraag waar we willen slapen. Ze zegt dat er twee resorts zijn, een goedkope en een dure. Niet nodig om te vermelden natuurlijk welke we kiezen, ervan uitgaande dat dat het resort moet zijn dat Armando bedoeld. Mis dus, het blijkt Koh Wai Paradise te zijn en waar wij wilden slapen is Good Feeling.

Good Feeling heeft een aantal bungalows achter het restaurant en een aantal op een stuk strand, waar we via een junglepaadje in tien minuten zijn. Het is zo idyllisch als je je maar voor kunt stellen. Het enige dat ontbreekt zijn palmbomen. Voor de rest is alles daar: wit zand, turkoois blauwe zee, de hangmat, stapels boeken en onze aangeschafte fuchsia luchtbed. Elke dag vindt hetzelfde ritueel plaats: wakker worden, ontbijten, de zee in, douchen, luieren, lezen, dutje doen, de zee weer in, douchen, luieren, eten en nog even luieren en weer slapen. Het snorkelset, dat we voor 30 Baht kunnen huren, is Marnix' grote vriend en het fuchsia luchtbed de mijne.

Na een nacht in onze rotsbungalow geslapen te hebben, verhuizen we naar een van drie strandbungalows en zetten ons dagritueel voort. Maar wat overdags zo idyllisch is, laat 's nachts mijn ergste nachtmerries realiteit worden.

Naughty rat

Het is nacht. Buiten spookt het behoorlijk. We kunnen niet goed slapen door het lawaai van de zee en de takken van de bomen die op het dak slaan. En wat ritselt daar nou de hele tijd? Het klinkt heel dichtbij en we schijnen een paar keer rond met de zaklamp, alleen vanaf zes uur tot elf uur 's avonds is er electriciteit, maar zien niets bijzonders. Het is vast de vuilniszak buiten. We vallen uiteindelijk toch in slaap en als Marnix in de ochtend naar de wc gaat, vindt hij de plastic zak met mijn ondergoed in de douche, half in de afvoerpijp getrokken. Hij plukt, nog slaperig, de zak eruit en ziet dat een van mijn onderbroeken in de afvoerpijp zit. Hij kan het met een takje eruit peuteren. Wanneer ik wakker word, verteld hij het hele verhaal. Ik tel mijn ondergoed na en kom tot de ontdekking dat de naughty rat een van mijn bh's heeft gejat. Vast een macho rat die zijn collectie vrouwenondergoed wilde uitbreiden.

Ongewenste indringer

De derde nacht in de strandbungalow is aangebroken. We leggen een zware steen op de afvoer, zodat naughty rat niet nog meer onderbroeken kan stelen. Het is een heerlijke rustige nacht. We worden wakker en na even een ochtend toiletbezoekje, sta ik klaar om te gaan ontbijten. 'Ben je al naar de wc geweest?' vraagt Marnix. 'Ja, hoezo?' vraag ik. Met zijn hand maakt hij een slingerbeweging. Ik begrijp direct wat hij bedoeld en mijn ogen worden groot. 'Echt waar? Waar dan?'. Hij pakt mijn hand en neemt me mee naar de badkamer en wijst naar een van de bamboebalken. Een opgekrulde slang ligt te slapen bovenop de balk. Ik sta direct weer buiten. 'Dat beest moet weg hoor' blijf ik maar herhalen, als we het junglepad aflopen. Marnix vraagt of een van de stafmedewerkers de slang weg wil halen. Hij loopt met hem mee om het beest aan te wijzen. Ik blijf lekker zitten waar ik zit. De medewerker haalt opgelucht adem als hij de slang ziet. Het is maar een kleine python volgens hem. Maar? Maar? Voor mij is het helemaal geen 'maar'. De eigenaresse probeert me gerust te stellen: 'Hij heeft de rat geroken waarschijnlijk'.

Je begrijpt dat de vierde nacht in deze bungalow niet echt ontspannend is voor me. Het spookt weer behoorlijk en het waait erg hard. Ik lig maar te draaien, maar hoor overal geluiden die ik niet thuis kan brengen. Om twee uur 's nachts moet ik naar de wc. Met de zaklamp beschijn ik elke hoek om te checken of er iets zit. De kust is veilig, niets te zien. Ik ga op het toilet zitten, maar bedenk dat ik nog niet de zak waar het wc-papier in zit gecheckt heb. Ik schijn erop en in een flits zie ik bewegende schubben op dertig centimeter naast me. Het kost me een fractie van een seconde om mijn broek op te hijsen en weer naast het bed te staan. Wilde paniek maakt zich meester. Marnix schrikt zich wild en zit met een ruk rechtop in bed: 'Wat? Wat is er?'. Bijna hyperventilerend kan ik met moeite uitbrengen: 'Slang, dezelfde'. De tranen stromen me over de wangen en ik kruip snel weer onder het muskietennet, de enige plek waar ik me nog een beetje veilig voel. Ik doe natuurlijk de rest van de nacht geen oog meer dicht. 's Ochtends is de python verdwenen, maar dat maakt niets meer uit voor me. Ik schrik overal van en loop verstijfd over het junglepad naar het restaurant.

Het waait nog steeds erg hard en we twijfelen wat we moeten doen. Ik weet dat Marnix graag wil blijven, maar weet niet of ik nog wel wil blijven. Ik bedoel, het moet wel leuk blijven en als ik stijf van angst in die bungalow moet slapen, is voor mij de lol ervan af. Besluiteloos zitten we buiten een kopje thee en koffie te drinken, als Marnix met een zachte schreeuw iets van zijn arm slaat. Ik denk dat het een van die steekvliegen is en besteed er niet zoveel aandacht aan. Ik stapel de ontbijtborden op en breng ze weg naar de keuken. Als ik terugkom, staat Marnix voorovergebogen naar de grond te staren. 'Wat was het dan?' vraag ik. 'Een schorpioen' zegt Marnix zachtjes. Ik kan het niet geloven en kijk naar het beest dat hij aanwijst. Het is onmiskenbaar een schorpioen, een heel kleintje en dood nu, maar toch. Wilde over de binnenkant van zijn bovenarm zijn t-shirt inkruipen. That's it. Dat is echt de druppel voor me. Ik wil weg en wel vandaag nog. We kunnen de boot van 13.00 uur nog halen en snellen terug naar de bungalow om onze tas te pakken.

Weg van dit spookeiland, waar ergens het bordje moet hangen 'Verboden voor Rian en Marnix'.