13 December 2019
 

Retegoed, maar retepijnlijk

Toegevoegd: 20 december 2005

 

Agadez, 3 tot en met 5 december 2005

Uitgaan de avond voordat je een driedaagse kamelentocht gaat maken naar het Aïrgebergte, is niet zo slim. Maar ja, je komt een groep Nederlanders tegen die je uitnodigen mee te gaan, en het is soms best even fijn om je eigen taal te spreken. Dus op naar de Djadobar waar een bandje stond te spelen. Een Ali Farka Toure wannabe bandje, desertblues dus en net niet goed. Ik heb me de hele avond erover verbaasd: Nigersen of Nigerezen(prijsvraag: hoe noem je inwoners van Niger eigenlijk?) zijn de beroertste dansers die ik ooit in Afrika heb gezien. Zelfs de gemiddelde Nederlandse man brengt het er nog beter van af op de dansvloer. Ze springen van de ene kant van de vloer naar de andere, waarbij ze hun ledematen oncontroleerbaar en op goed geluk in het rond slingeren. Het is geen gezicht. Het zijn net rondvliegende projectielen.

Maar goed, we hebben dus maar kort geslapen en staan, nog heel erg verlangend naar een bedje, net buiten de stad op de man met de kamelen te wachten. Maja, van oorsprong een Libiër en opgegroeid bij de Touareg, komt er na een kleine 5 minuten aanlopen met 3 kamelen. Moussa geeft ons de teugels en zegt dat we zelf mogen sturen! Een klein rukje naar links en de kameel gaat naar links. Het lijkt heel makkelijk. Ik vraag aan Moussa hoe de kamelen heten. Marnix zit op Egrebu en mijn kameel, met heel veel gris gris zakjes om zijn nek heet Amzal. Amzal blijkt al snel een eigenzinnige tante te zijn, die graag haar eigen paadjes kiest in plaats van de rest te volgen. Ik heb het druk met het corrigeren van Amzal, maar de eerste dag lijkt ze daar niet erg van onder de indruk. Soms kijkt ze om alsof ze wil zeggen: 'Wat zit je nou te doen joh? Wat wil je nou?'. Moussa komt me een paar keer te hulp snellen en krijgt natuurlijk Amzal direct weer in het gareel. Maar gaandeweg de 3 dagen worden Amzal en ik dikke vrienden al zijn we aan het einde van elke dag erg blij om van elkaar af te zijn.

 

Tussen het besturen door, genieten we van een werkelijk schitterend landschap. Het is nog maar het begin van het Aïrgebergte, maar als je de echte grote jongens wil zien, moet je ten eerste diep in de buidel tasten en ten tweede minstens een week per auto uittrekken. Voor ons niet te betalen. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is al zo mooi, dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat het nog mooier kan. Groene oases wisselen grote leegten af, altijd met het massief op de achtergrond, dat afsteekt tegen een felblauwe lucht. Zo op die kameel zittend gaan we helemaal op in de omgeving. Elke middag pauzeren we in een Touaregcampement. Moussa is als een kind zo blij en vraagt ons regelmatig of we nog 'happy' zijn. Ook 's avonds logeren we in een Touaregcampement. Het valt me op dat de Touaregvrouwen hier allemaal een zwarte korte boubou aanhebben met een wit geborduurde kraag. Ze zijn heel open en vriendelijk, maar trots. Wat een verschil met de stad! Geen gevraag om cadeau's, maar rust. Onder de blote sterrenhemel blazen we ons matje op. Het duurt wel even voordat we in slaap vallen. De tweede nacht krijgen we matrasjes in een hut en dat slaapt voor ons (ja, ik weet het) verwende westerlingen, toch een stuk lekkerder.Op het laatst zijn we het beu. Onze kont ziet beurs van het geschommel en ook onze ruggen beginnen signalen af te geven dat het genoeg is geweest.

Maar we hadden het voor geen goud willen missen. Onvergetelijk.