5 December 2021
 

Veeroof, tragedies en opstandige Kenianen

Toegevoegd: 12 april 2006

Nairobi, 1 tot en met 12 april 2006

Ethiopie heeft ons veel energie gekost, zoals jullie uit de verhalen wel kunnen begrijpen waarschijnlijk. We hebben een week nodig om weer bij te tanken. En dat gaat heel goed als je vertroeteld wordt door Susan, Sarah, Too, Amina, Losenge en Koolic. We hoeven ons nergens druk over te maken en kunnen heerlijk achterover leunen. De kleine Loitemwa kan ons de eerste dagen nog niet echt waarderen. Dat gaat na de vierde dag over en hij checkt elke ochtend eerst of we al uit bed zijn, door onze slaapkamerdeur open te doen en voor ons bed te blijven staan. Salo woont ook bij Susan en Losenge. Hij is 6 en komt uit Lolmolog, het Samburudorp waar we altijd naar toe gaan. Zijn moeder kijkt iets te vaak iets te diep in het glaasje en zijn zieke vader heeft Losenge, vlak voordat hij stierf, gevraagd voor Salo te zorgen. Vanaf het moment dat ik iets in het Samburu tegen hem zei, schenkt hij ons stralende glimlachen. Overdags gaan we de stad in en 's avonds nestelen we ons op de bank voor de tv. Heerlijk, rust!

In plaats van ontelbare 'fuck you's' naar ons hoofd geslingerd te krijgen, zeggen mensen in Kenia gewoon vriendelijk gedag, maken een praatje met je over het weer of over het feit dat de matatu te lang op zich laat wachten, ja ze nemen het zelfs voor je op als een matatuconducteur je af wilt zetten. Om namelijk vanaf het universiteitsterrein, waar Losenge en Susan wonen, naar het centrum van Nairobi te komen, kost ons een uur met de matatu. En er zijn toch ook nog wel een paar Kenianen die ons zo nu en dan willen naaien. Dat zijn vaak de bijrijders op matatu's. En zelfs dat naaien gaat op een gemoedelijke, niet vervelende manier.

Nairobi is een mooie stad geworden. De regering is hard bezig om het imago van de stad op te veizelen. En het werkt wat mij betreft. Gezellige winkelpromenades, leuke terrasjes, goede sfeer en in het centrum lijkt er geen sprake meer te zijn van criminaliteit. Zodra je buiten het centrum komt, vooral rond de River Road is het nog steeds oppassen. Maar je hoeft daar niet te komen, in het centrum is alles te krijgen wat je maar wilt. En ik meen het: van hennapoeder in de supermarkt tot goede leesboeken, van scrubcreme tot driedubbele hamburgers, van Adidasschoenen tot pesto... Ik vergaap me aan al die luxe in de Uchumi, al overtreft de Nakumatt, de nieuwere supermarktketen de Uchumi. De hamburgers zijn het lekkerste in Steers, een soort Burger King en ook Wimpy's scoort goed bij ons met zijn masalafrietjes.

Dat het beleid van de overheid werkt, is ook te merken aan de aantallen toeristen. Overal zien we witjes. We zijn het niet meer gewend om zoveel blanken bij elkaar te zien, dat wij onszelf er soms op betrappen ze ook aan te staren!

De Kenianen zijn een stuk zelfbewuster geworden. Veel dragen t-shirts met de Keniaanse vlag erop of laten op een andere manier zien dat ze trots zijn om Keniaan te zijn. Ze zijn ook zeer politiek bewust. Kibaki, de president van Kenia, is in ongenade gevallen, toen hij een verandering in de grondwet wilde aanbrengen met betrekking tot grondeigendom (wat de 'dead penalty' voor Samburu, Maasai en andere nomadische stammen zou zijn geweest). De Kenianen protesteerden zo heftig tegen dit voorstel dat er een referendum is gehouden. Het voorstel werd finaal van tafel geveegd. Kibaki heeft het kabinet ontslagen en is nog steeds bezig om een nieuw kabinet te installeren. En al zijn bewegingen, besluiten en voorstellen worden met argusogen door de Kenianen gevolgd. Ze pikken simpelweg geen schandalen, corruptie, tribalisme, leugens en dommigheden meer. Het is te merken op straat, op het universiteitsterrein, we horen het in de discussies in de matatu, elke Keniaan is er mee bezig. Als de mentaliteit zo blijft, dan heb ik heel veel hoop voor Kenia. De positieve energie is letterlijk tastbaar.

Toch zijn er ook nog steeds problemen. De enorme droogte rond Marasabit en Wajir lijkt aan een eind te komen, doordat het nu alweer een week goed regent in die gebieden. Maar er zijn nog steeds veel mensen die honger hebben. De hulpverlening is op gang gekomen en er zijn tientallen lokale initiatieven van rijke Kenianen, die inzamelingsacties houden. In Marsabit is het nog altijd onrustig als gevolg van etnische spanningen. Ironisch genoeg is het vliegtuig met ministers en ambtenaren, die vredesbesprekingen wilden houden met de rivaliserende groepen, verongelukt. Op 3 personen na, is iedereen omgekomen. Heel Kenia reageert geschokt en de president kondigt drie dagen rouw af.

Het nieuws wat ons het meest schokt is de onrusten in het Samburugebied. Na de droge periode, waarin de Pokot en de Samburu als vrienden hun vee samen gehoed hebben, zijn de POkot als een blad aan de boom omgedraid. Nu de regens gekomen zijn, vallen ze elke dag Samburu's aan en roven het vee. Ze lijken die 'vriendschappelijke' periode vooral gebruikt te hebben om uit te vinden wie van de Samburu's veel vee had en het vee aan een jonge onervaren krijger toevertrouwde. Hoe dan ook, er vallen elke dag doden onder de Samburu's. De ervaren krijgers, het eigenlijke leger van de Samburu, zijn nog ver weg met een deel van de kudde. De Pokot lijken een uitgewerkt plan te hebben en vallen steeds op andere plekken aan, de Samburu in paniek en verwarring achterlatend. De Samburu's hebben eenvoudig geen tijd om zich te groeperen. Ook Lolmolog rouwt om een aantal van hun krijgers, die bij gevechten omgekomen zijn. Volgens de geruchten is iedereen Lolmolog ontvlucht en schuilt in Maralal of Suguta Marmar. De matatu's die elke dag vanuit Nairobi naar Maralal gaan of omgekeerd, zien zich soms genoodzaakt om om te draaien omdat de gevechten langs de weg Nyahururu en Maralal plaats vinden. Kortom: het is heftig nieuws en helemaal niet meer zeker of we onze Samburufamilie dit keer terug kunnen zien.