19 April 2018
 

Lounchen aan de Mekong

Toegevoegd: 10 januari 2007

Vientiane, 26 tot en met 28 december 2006

Zo op het eerste gezicht is Vientiane een mooie stad. Rond het Nam Phu plein, waar we afgezet zijn, staan prachtige oude koloniale huizen. Maar onze eerste zorg is natuurlijk om een dak boven ons hoofd te krijgen. We lopen naar het Syri 1 Guesthouse, net buiten het centrum naast het stadion en de tennisbaan. De ontvangst is niet bijster vriendelijk, maar de kamer die ons aangeboden wordt is fantastisch. Een hoog plafond, enorm bed, houten vloer, hoge, smalle ramen en een eigen badkamer. De kamer is in het achterste huis, dat een sfeervol houten bungalow is in Laotiaans-Franse stijl. Een grote veranda met rieten stoelen kijkt uit op de steeg achter het guesthouse. We kunnen er maar een nacht blijven. De volgende dag verhuizen we dus naar het voorste huis waar een kamer vrijgekomen is. Helaas zijn deze kamer erg gehorig en kunnen we van alle 'activiteiten' van onze buren 'meegenieten'.

Onze eerste wandeling door Vientiane is door de oude wijken aan de Mekong. Smalle stegen verbinden de grotere straten. Veel huizen zijn nog van hout, Lao-stijl, met veranda's en kleine tuinen. Het hoogste gebouw telt misschien vier verdiepingen. Het geeft de hoofdstad van Laos de sfeer van een dorp. Bijna alles is op loopafstand, zodat we geen gebruik hoeven te maken van de diensten van de tuk-tuk chauffeurs, die ook ontdekt hebben dat ze toeristen 'iets' meer kunnen vragen voor een ritje. In hun enthousiasme schieten ze alleen een beetje door, waardoor de prijzen ongeloofwaardig worden.

We bezoeken de volgende dag allereerst de ambassade van Thailand. Een beetje vreemd voor een ambassade, maar de bewaker deelt ons mee dat we geen aanvraag kunnen doen voor een visum. Thailand heeft ook een consulaat in Vientiane en daar moeten we zijn. Ali, een vriendelijke man uit Koeweit, die in Thailand woont, krijgt hetzelfde antwoord. Met Ali stappen we in een tuk-tuk om het consulaat te vinden, aangezien de bewaker ons dat niet uit kan leggen. Ook de tuk-tuk chauffeur heeft moeite om het consulaat te vinden, maar na een half uurtje door Vientiane gecrosst te zijn, komen we er dan toch. Een ellenlange rij mensen staat tot buiten het hek. We vullen de formulieren in terwijl we langzaam opschuiven. Op het formulier lezen we dat we kopien nodig hebben van ons paspoort voor de aanvraag. Marnix gaat met onze paspoorten en die van Ali op zoek naar een kopieerapparaat. Dat weten de Laotianen blijkbaar ook. Ze komen direct naar hem toe: 'Kopieren?'. Opnieuw geld dat hun enthousiasme een beetje doorslaat naar het onrealistische als ze zonder te blikken of te blozen zeven dollar (vrij omgerekend 70.000 KIP) vragen voor drie kopietjes. Marnix schiet in de lach en loopt direct weer naar buiten. Honderd meter verder is een echte kopieerwinkel waar ze 6.000 KIP vragen (60 dollarcent). Net op tijd is hij terug; we zijn bijna aan de beurt. De dag erna kunnen we ons paspoort alweer ophalen.

Er is weinig reden om lang te blijven hangen in Vientiane. Er is te weinig bijzonders te zien. We proberen enthousiast te worden van de belangrijkste tempel in de stad, Pat That, maar dat lukt ook niet echt. We vermoeden dat Luang Prabang meer een stad is voor ons.

De enige reden die we kunnen bedenken om te blijven zijn de eetstalletjes, die s' avonds aan de Mekong worden opgebouwd. Allemaal leggen ze matten op de droge rivieroever, waarop ze lage tafeltjes en heel veel kussens leggen. We lounchen twee avonden aan de Mekong, terwijl we watertandend de Laotiaanse specialiteit: groene papayasalade en pittige gehaktsalade met sticky rijst naar binnen werken, met op de achtergrond Kersthits zoals 'Last Christmas' van Wham. Helemaal goed.