18 November 2018
 

Weekje Addis

Toegevoegd: 23 maart 2006

Addis Abeba, 23 februari t/m 2 maart 2006

Getachew (een vriend van een vriend van ons) staat op ons te wachten in de aankomsthal van  Bole International Airport met een bordje waar ‘Rian & Marnix’ op staat. De vlucht vanuit Bamako verliep rustig en het vliegtuig kwam zelfs 20 minuten te vroeg aan. Getachew loodst ons langs de taxichauffeurs en heft zelfs een vriend met auto geregeld om ons naar een hotel te brengen. Wat een warm welkom.3We bibberen in de koude avondlucht van Addis. Het zal niet warmer zijn dan 20 ºC, maar we zijn duidelijk gewend geraakt aan de droge hitte van de Sahellanden, waar de temperaturen makkelijk tegen de 40 ºC aankomen. Klappertandend  trek ik mijn 2 vestjes over elkaar aan om samen nog wat te gaan drinken met Getachew in het Taitu hotel, waar hij een kamer voor ons heft gereserveerd.

De volgende dag verhuizen we naar het Baro hotel om de hoek. Het Taitu hotel mag dan het oudste hotel van Addis zijn,  de prijs ligt iets boven  ons budget. Getachew moet werken en studeren voor zijn examens, dus we staan er alleen voor. We lopen, gehoorzaam luisterend naar Getachews waarschuwingen, gewoon door als iemand tegen ons begint te praten op straat. We verkennen de buurt waar we zitten: Piazza, en zoeken tevergeefs naar een restaurantje waar ze Ethiopisch eten hebben. Pizzeria’s zat, maar waar kunnen we enjerra eten? Het Taitu hotel! En anderhalf uur later lopen we tevreden weer terug met onze eerste overheerlijke enjerra in onze mik!

Addis Abeba doe teen beetje Mediterraan aan. De stad ligt in de heuvels, dus het is veel klimmen en dalen. We dragen voor het eerst T-shirts met lange mouwen en onze vesten. Wat is het koud hier!

De straten worden bevolkt door enorme hoeveelheden bedelaars. Ze zijn overal. In het eerste uurtje tellen we er al meer dan we in de afgelopen 4,5 maanden hebben gezien.

‘You, you’, roepen ze als we langslopen, ‘give money!’

De meesten zijn ‘professionele’: moeders die hun kinderen leren achter blanken aan te lopen met uitgestoken hand. We zien hoe een rondkruipende baby van nog geen jaar bij het zien van onze huidskleur gaat zitten en zijn handje uitsteekt. We voelen hoe een meisje van 4 jaar met haar vingertjes vlug in onze zakken zoekt naar geld…

Zoveel bedelaars heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Hope Enterprise heeft er een antwoord op. Je kunt er voedselbonnen kopen voor 50 Birrcent per stuk en die dan uitdelen aan bedelaars. Ze krijgen voor elke bon een een gratis maaltijd. We schaffen 2 boekjes met bonnen aan. Niet dat elke bedelaar er blij mee is als ze zo’n bon krijgen…

Getachew neemt ons op zaterdag mee naar de beruchte Mercatomarkt. De sfeer er grimmig en we blijven veilig op de hoofdstraten lopen. Opeens maart Getachew ons aan door te lopen. Een groepje jongens achtervolgt ons al een tijdje met duidelijk weinig goeds in de zin. Eén van die gasten dringt zicht tussen ons in en slaat joviaal Getachew op zijn schouder, terwijl zijn andere richting mijn broekzak gaat. Getachew kijkt hem recht in de ogen aan, zegt iets in het Amharic en weg is hij. Ik wil alweer een rustiger tempo gaan lopen, maar Getachew blijft me aanmanen door te lopen.

‘Ze hebben nieuwe gestuurd om ons te volgen!’, zegt hij.

Het zijn de bekende bendes van de markt. En sommigen zijn niet enkel en alleen met snelle vingers uitgerust…

We komen er zonder kleerscheuren en met een mooie enjerramand onder de arm uit, maar het is geen markt om nog eens op het gemakje over rond te banjeren.

Later in de week vereren we het Etnologisch Museum met een bezoekje. Het museum staat op het universiteitsterrein en is het oude paleis van keizer Haile Selassie. Het is ook het eerste museum in Afrika, dat volgens ons werkelijk een museum genoemd mag worden! De exposities zijn heel mooi . We willen er bijna onze reis naar het noorden van Ethiopië voor cancelen en al die interessante inheemse volken in het zuiden gaan bezoeken. Maar wat mij nog het meeste bij blijft is het kogelgat in de passpiegel van keizer Haile Selassie. Ik ben net begonnen in het boek ‘De keizer’ van Kapuscinski, maar weet nog niet hoe het met de beste man afgelopen is.  Misschien dat de Spiegel al het einde verklapt?

In het Baro hotel kennen we ondertussen alle reizigers. Als we zeggen dat we er over nadenken om naar het zuiden te gaan, raden ze ons het sterk af. Het gevraag en gebedel is in het zuiden het ergste.

‘Nog erger dan in Gonder’, zegt iemand.

‘Als je een foto wilt maken moet je betalen’, zegt een ander. Misschien nog maar een nachtje over slapen. Dan misschien toch maar eerst naar het noorden. Scott (USA), Else en Cees Jan (beide NL) willen ook naar Bahar Dar en we besluiten samen verder te reizen.