8 December 2022
 

Magische stad in de bergen

Toegevoegd: 5 april 2006

Lalibela, 16 tot en met 18 maart 2006

Het is drie lange en vermoeiende dagen reizen per bus naar Lalibela vanuit Aksum. We hebben zoveel te verstouwen gekregen de laatste weken, dat we onszelf troosten met een vliegticket naar Lalibela. We kopen onszelf dus 40 minuten gemak.

Het vliegveld ligt 25 kilometer van Lalibela vandaan. Een taxibusje staat te wachten op eventuele passagiers. Gezien zijn monopoliepositie is de taxiprijs aan de hoge kant. Maar ja, wat moet je anders? Lopen is niet echt een optie. We stappen dus maar in en worden afgezet bij het Mini Roha Hotel, een soort familiehotel met het mooiste uitzicht ooit vanaf het toilet. Terwijl je hurkend je blaas leegt, kijk je uit over Lalibela en de omringende bergen. Fantastisch! Het is dat het niet de meest comfortabele houding is, anders kan je er uren blijven kijken.

In en rond Lalibela staan zoveel kerken, dat we gedwongen worden een keuze te maken. Natuurlijk is Bet Giyorgis een must. De meest beroemde en gefotografeerde rotskerk van EthiopiŽ is ontzettend indrukwekkend. Als ik vanaf de rand naar beneden kijk, kan ik niet begrijpen hoe ze dit klooster ooit uit deze rots hebben kunnen houwen. De kerk is zo mooi, zo gaaf, zo mysterieus. We zijn er heel vroeg in de ochtend als de dienst bezig is. Vanaf de rand horen we het monotome ne bijna macabere gezang van de gelovigen. Via een, ook in de rots uigehouwen, gang lopen we naar beneden toe. Ik word er helemaal stil van. Ademloos kijk ik naar de priesters en gelovigen, die in een nis aan het zingen zijn. Verwonderd loop ik op mijn tenen om de kerk heen. Gefascineerd bekijk ik de grotten waar de kluizenaars leven. Ik schrik van de gemummificeerde pelgrim die in een van de nissen ligt. Zijn vergeelde en tot looi geworden voeten steken eruit. In de kerk zelf hangt een serene sfeer. Dit is pure magiek!

Na het ontbijt lopen we naar een klooster dat op 3400 meter hoogte ligt. Lalibela zelf ligt al hoog, op 2600 meter, maar het is toch nog een flinke klim. Het eerste anderhalf uur lopen we nog door de bewoonde wereld, steeds klimmend. Na 300 meter stijgen, krijgen we ons eerste panorama voorgeschoteld. Beneden ons schittert Lalibela in het zonlicht. Er omheen bergen en valleien. De zon zet een aantal toppen in de schaduw en anderen in de spotlights. Met de helblauwe lucht en melkwitte wolken op de achtergrond, is het een moment waar je adem even van stokt. Het paadje wordt smaller en smaller en voert langs diepe afgronden. Door de kleine kiezels is het soms moeilijk grip te krijgen. Steil omhoog gaan we nu. Er lijkt geen einde aan te komen. Steeds denken we er bijna te zijn, maar moeten dan nog verder en verder. Het laatste stuk van 200 meter is een paadje langs een ravijn, dat onder een overhangende rots loopt. Het is opletten. Van het uitzicht genieten is er even niet bij. Ashetan Maryam is gebouwd op de top van berg. Door Unesco is het in de steigers gezet omdat het nodig opgeknapt moet worden. Mij stoort het niet. Om een of andere reden vind ik het prachtig om zo'n sobere en pure uit de rots gehouwen kerk te zien. De priester is wat minder sober. Voor de foto zet hij vlug zijn coole zonnebril op!

De weg naar boven was makkelijk, vergeleken met die naar beneden. Voor mij tenminste. Mijn Teva's lijken geen grip te hebben op het losse grind en schuivend en glijdend ga ik naar beneden. Ik sta doodsangsten uit. De volgende dag heb ik spierpijn in mijn zij omdat ik zo verkrampt heb gelopen.

Lalibela is blijven steken in de ontwikkeling. Er is geen bank, even internetten is niet te betalen en er rijden geen taxi's rond. De stenen, ronde huisjes met daken van stro bepalen er het beeld. De geur van koffie en sandalwood, dat op de vuurtjes wordt gegooid, ruik je overal op straat. Steeds als we door het stadje lopen, loopt Yohannis met ons mee als hij vrij is van school. Onze kleine vriend vertelt dat hij net de Europese hoofdsteden leert op school. Al lopend oefenen we er lustig op los. Op de laatste dag dat we in lalibela zijn, haalt hij opeens 2 kettinkjes met het Lalibelakruis tevoorschijn. Eentje voor Marnix en eentje voor mij. We sneaken stiekum even naar de markt om voor hem een schrift en een pen te kopen voor school. Voor in het schrift schrijven we alle Europese hoofdsteden op.