19 November 2018
 

Bijkomen van Tibet

Toegevoegd: 19 oktober 2006

Kathmandu, 2 tot en met 12 oktober 2006

De eerste week in Kathmandu praten we voornamelijk over Tibet, het land dat zo'n onuitwisbare indruk heeft achtergelaten en ons diep geraakt heeft. Ook in Nepal lijkt Tibet ons te achtervolgen. Zo sla ik tijdens het ontbijt in een prachtige zonnige binnentuin de krant open en valt mijn oog direct op de kop: 'Tibetan refugees shot by Chinese police'. Het artikel is kort, maar houdt me de rest van de dagen bezig. Zeventig Tibetanen, waaronder veel kinderen, waren op weg naar Nepal om de onderdrukking te ontvluchten. Te voet door de Himalaya. Bij de Nangpa La pas worden ze onder vuur genomen door de Chinese politie, die duidelijk getipt is. Twee kinderen worden doodgeschoten, ongeveer negen kinderen gevangen genomen, veertig weten zich te verschuilen en de volgende dag de grens over te gaan en van de overige negentien is niet bekend waar ze nu zijn. Het slaat bij me in als een bom. Het is gebeurd twee dagen voordat wij de grens overstaken. Alleen kunnen wij in een jeep stappen...

Nou is Kathmandu en de backpackerswijk Thamel een goede plek om bij te komen. De smalle stegen zijn helemaal ingericht voor backpackers. Leuke restaurantjes, supermarkten en natuurlijk de ontelbare touroperators en souveniershops. Straatverkopers lijken een paar specialiteiten te hebben: schaakborden en tijgerbalsem. Vraag ons niet waarom die twee producten. Vrouwen met baby's op hun heup, vragen elke blanke om melk te kopen voor hun kroost. Dat moet dan wel bij een specifieke supermarkt, die de melk voor een belachelijk hoge prijs verkoopt. De vrouw pakt het quasi dankbaar aan, wacht tot de blanke toerist zijn hielen heeft gelicht en loopt regelrecht terug naar de supermarkt om de melk weer in te leveren. De winst wordt gedeeld. Het is de Thamel truc om toeristen geld af te troggelen, naast de irritante Saddhu's die een tika (rode stip) op je voorhoofd proberen te planten voor 'goed geluk' en daar achteraf natuurlijk veel geld voor willen hebben. We hebben ondertussen het gebaar afgeleerd om iets aan te pakken wanneer iemand op straat ons iets aanreikt. We hebben ondertussen ook geleerd om een gezond wantrouwen te hebben ten opzichte van Saddhu's, die niet zo heilig zijn als ze zich doen voorkomen, en iedereen die alleen geld vraagt aan blanken.

Toch is Thamel een relaxte plek, waar de meeste Nepalezen oprecht vriendelijk en gezellig zijn. Als we Sven (onze Duitse vriend, die we in China ontmoet hebben en in Tibet weer tegenkwamen) opnieuw tegen het lijf lopen, wordt dat gevierd door de gezellige kroegen van Thamel in te duiken. We belanden in een piepklein cafeetje waar in een hoek een live band speelt, de bandleden staan op elkaar geperst. Het is niet aan de muziek te merken. Lekkere jazzy muziek spelen ze en als ze zo nu en dan een Bob Marleynummer erdoor heen gooien, staat het propvolle cafeetje al snel op zijn kop. De Nepalezen houden van echte muziek in tegenstelling tot hun andere Aziatische buren, die niet verder komen dan The Scorpions. In Nepal is het Jimmy Hendrix, The Stones, The Beatles en Van Morrison wat uit de speakers komt. Na 23.00 uur komt de politie echter het feestje verstoren door de band te verbieden nog langer te spelen. Om een uur 's nachts is het cafee bijna uitgestorven en besluiten we ook maar eens op te stappen. Een onaangename verassing staat ons te wachten als we de steeg in willen slaan waar ons hotel staat. Een groot hek met scherpe punten sluit de steeg af. Een nachtwaker van een winkel ernaast wil niet dat we erover heen klimmen en gebaart dat we om moeten lopen. In Thamel lopen genoeg mensen op straat, maar als we omlopen komen we in donkere, verlaten stegen terecht. Een man lijkt de hele tijd achter ons aan te sjokken. Ik wil op een gegeven moment terug, zeker als de man langs me loopt en me in mijn kont knijpt. Wat die nachtwaker ook zegt, wij klimmen wel over het hek. Als we bijna bij onze steeg zijn, komt dezelfde vent ons tegemoet. Op een of andere manier is hij wel omgelopen. Hij steekt zijn hand al uit om in mijn kruis te graaien, maar ik ben hem voor en geef hem een harde duw en schreeuw iets wat ik hier niet zal herhalen. Hij struikelt de straat op, maar weet niet van opgeven. Net als wij eindelijk het hek zijn overgeklommen, verschijnt hij weer en maakt knijpbewegingen met zijn hand. Gore freak.