26 September 2018
 

Met de Trans MongoliŽ Expres

Toegevoegd: 8 augustus 2006

China/MongoliŽ, 22 en 23 juli 2006

In de vertrekhal staan verschillende toeristen hulpeloos om zich heen te kijken. Wij ook. Het is 7.00 uur 's ochtends en over 40 minuten vertrekt onze Trans MongoliŽ Expres, maar van welk perron? Gelukkig heeft de Chinese Spoorwegen speciaal een medewerker aangenomen om de hulpeloze toeristen uit de brand te helpen. Na vijf minuten doelloos rondstruinen komt ze op ons afgesneld. Ze werpt een blik op onze tickets en zegt in perfect Engels: 'Deze trap op, de middelste gang door en bij poort K23 moet u zijn. Fijne reis!'. Geweldig, Chinezen die Engels kunnen, moet je koesteren.

Voor poort K23 staan al veel passagiers te wachten tot ze het perron op kunnen. MongoliŽ is populair, ook bij blanken. Zeker 30 blanke toeristen, waaronder zeker 6 Nederlanders, zijn op zoek naar hun slaapcabine. Wij zitten in een wagon met alleen maar Chinezen en MongoliŽrs. In onze cabine zijn twee Mongoolse vrouwen hun onhandelbare koffers onder het bed aan het schuiven. Het zijn Urnaa en haar moeder, die net een weekje op vakantie in Beijing zijn geweest. De meeste MongoliŽrs die naar China gaan, zijn handelaren en gaan om goedkope kleding, goedkoop speelgoed en fruit in te kopen. Mannen met rood aangelopen hoofde, en dat is nog niet van de wodka, sjouwen hun tientallen dozen en koffers met handelswaar de gangetjes door naar hun slaapcabine. De zweetdruppels staan op hun voorhoofd. We zijn toch wel blij dat Urnaa en haar moeder geen handelaren zijn.

Precies om 7.40 uur vertrekt de trein. We installeren ons op het onderste bankbed met onze yoghurtjes, broodjes en kopjes thee. Voor een ontbijt hadden we nog geen tijd gehad. De slaapcabine ziet eruit als een oma-woonkamer. Bloemetjeskleedjes over het tafeltje, bloemetjesplaids met rouches over de bedbanken en een perzische loper tussen de bedden in op de vloer. Ondertussen glijden de buitenwijken van Beijing voorbij. Langs het spoor lopen schoolkinderen en volwassenen op weg naar hun werk. Ouderen staan Tai Chi oefeningen te doen langs het spoor, niet in het geheel gestoord door de voorbij razende trein.

Opeens wordt het erg druk in de gang. Passagiers staan met hun camera's in de aanslag voor de raampjes. Ik herinner me wat Jolien ooit vertelde over de treinreis en vlug zoeken we ook een plekje bij het raam op. In de verte is hij al te zien: de Chinese muur. Badaling, het meest toeristische stukje van de muur is het makkelijkst te bereiken vanuit Beijing. En dat is te zien aan de honderden toeristen die de trappen oplopen. De muur slingert zich over de kammen van de heuvels, een prachtig gezicht. Reden genoeg voor ons om terug te komen in Beijing.

Het is tijd voor een dutje. We hebben wat in te halen, want erg veel slaap hebben we niet gekregen op de dorm. Als we tegen het einde van de middag wakker worden, is het landschap erg veranderd; weidser, leger. We zijn de provincie Inner MongoliŽ al binnen gereden. Tegen 21.00 uur komen we in het grensplaatsje Erlian aan. Onze paspoorten en visa worden gecheckt, de aangifteformuliertjes ingenomen en dan vind de douane het wel best. Onze bagage interesseert ze blijkbaar niet. We stappen uit, want het onderstel van de wagons moeten verwisseld worden. In China en Mongolie zijn er verschillende sporen en als er geen ander onderstel ondergezet wordt, kunnen we niet verder. Ze hebben er drie uur voor nodig om de klus te klaren. Tijd genoeg voor ons om even te kletsen met de andere toeristen, die allemaal in dezelfde wagon zitten. Verbaasd horen we hoe hun moesten betalen voor de lakens. Het heeft zo zijn voordelen om bij lokalen in de wagon te zitten! Om middernacht komt de trein terug en stappen we weer in om in Zamyn Uud, het grensplaatsje aan de Mongoolse kant, weer een uur stil te staan. Dezelfde formaliteiten worden afgehandeld en dit keer wordt er wel snel een blik geworpen op onze rugzakken. Ik begin erg moe te raken en wil graag slapen, maar de toiletten worden op slot gedraaid zolang de trein stil staat. Eindelijk, het is al 1.30 uur s' nachts, komt de trein weer in beweging. Direct vormt zich een lange rij voor de toiletten. Ik ben als tweede aan de beurt. Vlug tanden poetsen en mijn bedje in.

We slapen een gat in de dag. het is een ware verassing als we naar buiten kijken: groene grasvlaktes, glooiende bergen op de achtergrond en heel veel niets. Zo nu en dan zien we een ger (traditionele nomadentent) verloren in de steppe staan en een keer rijdt een man op zijn paard, al galopperend, een stukje met de trein mee. We zijn echt in MongoliŽ! Weer een wens die uitkomt.