14 October 2019
 

Nog zoveel te doen

Toegevoegd: 5 oktober 2006

Lhasa, 14 tot en met 19 september 2006

We hebben lang nog niet alles gezien in Lhasa, dus blijven weer een paar dagen in de stad hangen. Vervelen doen we ons er nooit. We hebben er nog zoveel te doen. Lhasa is daarnaast een van de leukste hoofdsteden die we gezien hebben. Waar het eens geen verspilling van je tijd is om er te lang te blijven.

Verhitte debatten in binnentuin

De Sera Monastery ligt vijf kilometer buiten Lhasa, tegen de voet van een berg aan. We lopen, net als de pelgrims, naar het klooster toe. Het is niet per definitie een mooie wandeling. We komen door de Chinese wijken en hoe verder we van Lhasa zijn, hoe vuiler het wordt.

Na een uurtje stuiten we tegen een grote militaire basis aan. Het is triest, maar we weten ondertussen dat we dan dicht bij onze bestemming zijn. Politieposten en militaire bases geven aan dat een belangrijke Tibetaanse klooster of heilige plek in de buurt is.

Aan het begin van het pad naar het klooster toe staan tientallen bussen. De Sera Monastery is populair zowel onder toeristen als onder de pelgrims. Het klooster is vanaf buiten niet het mooiste dat we ooit gezien hebben. De hoofdtempel daarentegen is zo totaal anders dan anders. Natuurlijk staan hier ook de grote Boeddha beelden, maar de achterkant is van fijn bewerkt hout en beslaat de hele muur. De geur van kruiden, wierook en yakboter hangt ook hier. Het is een geur die ik wel in een doosje wil vangen en mee naar huis wil nemen, een geur die onlosmakelijk bij Tibet hoort.

Als we de hoofdtempel uitstappen horen we het geluid van klappende zwepen en een rumoer alsof een kleine opstand is uitgebroken. We wteen direct wat dit betekent en haasten ons in de richting van het geluid. In een kleine binnentuin, door hoge muren omgeven en via drie poorten toegankelijk, zien we een zee van rode monnikspijen. Aan de zijkanten staan werkelijk hoderden toeristen toe te kijken. Dit is de grote attractie van de Sera Monastery. De monniken staan vol vuur met elkaar te debatteren. De ene monnik zit en moet overtuigd worden door de degene die tegenover hem staat. De monnik die staat debatteert of zijn leven ervan afhangt, springt in de lucht en klapt keihard in zijn handen om zijn punt te maken. Meestal is degene die zit niet onder de indruk. Het is een fantastisch schouwspel om naar te kijken. De roodaangelopen, verbeten koppen van de monniken, de felheid van de beginnelingen en de onverschilligheid van de monniken die overtuigd moeten worden. Aan het begin van de tuin staan de monniken die de kunst van het debatteren nog niet helemaal onder de knie hebben, achterin de tuin zitten en staan de ervaren monniken. We hebben geen flauw idee waar het debat eigenlijk over gaat. Waarschijnlijk over Boeddhistische teksten.

Nagenietend van dit spektakel lopen we weer terug naar Lhasa. Al bijna 'thuis' komen we een klein Tibetaans jochie tegen, die vol passie op zijn traditionele gitaar aan het spelen is en de sterren van de hemel zingt. Dit joch, bloedarm zo te zien, is een enorm talent. Tientallen mensen staan om hem heen te genieten van zijn muziek. Zijn doos zit snel vol met jiao's (centen), die alle voorbijgangers erin gooien. Ik kan het ook niet laten... 

 

Duizend beelden van Boeddha

De toegang tot de Chagpo Ri kunnen we maar niet vinden. We zijn langs de rivier gelopen, maar kunnen nergens afslaan. Een lange muur en een enorme militaire basis blokkeert ons de weg. Eindelijk na zeker twee kilometer, kunnen we eindelijk een zijweg in. We zijn al ver voorbij het Potala gelopen. We lopen helemaal terug en denken de ingang gevonden te hebben naar de rockcarvings toe. Het is weer eens een militaire basis. De militair op wacht sluit zenuwachtig de poort als hij ons ziet aankomen. We hebben geen flauw idee waar de ingang is en geven het op. We bezoeken de Drubthub Nunnery kort. Dit nonnenklooster bestaat uit niet meer dan vijf schamele gebouwtjes, die eruit zien alsof ze elk moment in elkaar kunnen storten. Bovenop de heuvel staan nog wat ruines van gebouwen die het al opgegeven hebben. We tellen drie nonnen en drie bedelaars en een kleine tempel die we kunnen bezoeken. Het is een trieste bedoening en onze kwaadheid op China laait weer op. Als dan ook nog een Chinees schaapachtig naar ons lacht en roept: 'Money, beautiful!', dan barst bij ons de bom helemaal. De hele weg naar huis schelden we de Chinezen de huid vol. Zachtjes tegen elkaar wel te verstaan.

Een andere Chinees maakt ook een grote fout. We zijn een ziekenhuis binnen gelopen om te vragen naar medicijnen om hoogteziekte te voorkomen. De dokters en verpleegsters verstaan geen Engels en doen net alsof we er niet zijn. Een Chinese manier om gezichtsverlies te voorkomen (als ze geen Engels kunnen, zijn ze bang dat ze je niet goed kunnen bedienen en doen dus net alsof je niet bestaat), maar zo ontzettend irritant. De Chinees die ook staat te wachten vraagt verbaasd in het Engels: 'Spreken jullie geen Chinees?'. Ik loop rood aan en bijt keihard op mijn lip om te voorkomen dat ik hem hard in het gezicht schreeuw: 'Waarom zou ik? Ik ben in TIBET!'. Ik kan me inhouden. Die arme drommel weet immers echt niet wat er in Tibet aan de hand is. Hij zit vol propaganda van zijn regering en heeft werkelijk geen flauw idee.

Op onze kamer proberen we te achterhalen welk zijstraatje we gemist hebben en kunnen ons er maar een herinneren. Het leek eerder op een steegje naar een garage toe, maar we besluiten het de volgende dag toch te proberen.

De dag erop gaan we weer op pad. En inderdaad, de steeg is nog de enige overgebleven toegang tot Chagpo Ri, oftewel de 'Duizend beelden van Boeddha'. We lopen langs Tibetanen die van klei offerstenen bakken en beschilderen. We kopen een aantal van deze stenen als souvenier. Dan zijn we bij de ingang, wat werkelijk waar en tegelijkertijd niet te geloven, ook een ingang van een militaire basis is. We worden er niet goed van, maar besluiten het zoveel mogelijk te negeren. De afbeeldingen van Boeddha, die i de rots uitgehouwen zijn, zijn beschermd door een groot afdak. We lopen langs de rotswand en staren naar de duizenden uitgehouwen en geverfde Boeddha's in de wand. Offerstenen, sjaaltjes en muntjes zijn geofferd. Iemand heeft potten met vrolijk gekleurde bloemen op de richels gezet tussen de uitgehouwen Boeddha's in. Pelgrims knielen en strekken zich lang uit op de grond op het pleintje voor de rots.

We lopen omhoog langs de stapels met offerstenen (manistenen) naar de top van de berg toe. De top is zwaar behangen met gebedsvlaggen. Overal om ons heen wapperen de geel-rood-groen-blauw en witte vlaggetjes. Het pad voor de kora kunnen we niet vinden. Vast weer geblokkeerd door een militaire basis.

Medereizigers gewenst

Om niet alleen maar in Lhasa rond te hangen, willen we een trip regelen naar Mount Everest Base Camp. In Lhasa heeft elk backpackershotel een prikbord. De ene helft van de reizigers hangt daar fanatiek briefjes op met de boodschap: 'Ik ga daar en daar naar toe en zoek nog twee andere reizigers om de kosten te delen'. De andere helft van de reizigers staat voor het prikbord naar deze briefjes te kijken. Marnix en ik horen in ieder geval bij de laaste groep. We kijken al een paar ochtenden of toevallig iemand een briefje heeft opgehangen om naar Mount Everest Base Camp te gaan en weer terug naar Lhasa. Ineens lijkt iedereen naar Base Camp te gaan en dan door naar de Nepalese grens. Hmm. Dat ziet er niet goed uit. Voordat we het weten moeten we zelf briefjes gaan ophangen. Ik kijk eens om me heen en zie een andere jongen ook wat zorgelijk het prikbord afspeuren. Ik waag het erop :" Hello, you are looking for a special tour?'. En jawel, hij wil naar Everest Base Camp en weer terug naar Lhasa. We spreken direct af om s' avonds iets te gaan drinken en de mogelijkheden en wensen te bespreken.

Rod, uit Ierland, heeft Mick, uit Nieuw Zeeland meegenomen en wij zijn Stine, uit Noorwegen, nog tegen gekomen. Dit moet gaan lukken. Stine kan alleen mee als Mick niet meegaat en besluit ondertussen door te zoeken naar anderen.

De volgende dag besluit Mick op het laatste moment mee te gaan. De 20e september vertrekken voor een zes daagse trip naar Mount Everest Base Camp! We hebben nog een dag om mutsen, wanten, dassen en eten te kopen. Het is een raar idee om met 25 graden een ijsmuts te kopen, maar van andere reizigers hebben we gehoord dat het behoorlijk kan spoken op Base Camp.