22 October 2018
 

Being in Beijing again

Toegevoegd: 31 augustus 2006

Beijing, 11 tot en met 17 augustus 2006

Met een aftandse hardsleeper naar Beijing

Buiten het station staat een sleeperbus ons op te wachten. Of we naar Beijing willen? Na enig geruzie over de prijs, waarbij we duidelijk aan het kortste eind trekken aangezien er geen andere manier is om in Beijing te geraken dan per sleeperbus, stappen we in. Om onduidelijke redenen staan we op het officiele busstation twee en een half uur stil. We hebben tijd genoeg om de andere sleeperbussen op het terrein te bekijken. De een heeft een toilet aan boord, de ander een karaokemachine en airco. Het begint zo langzamerhand duidelijk te worden dat we in de meest aftandse sleeperbus zitten die China waarschijnlijk bezit. Als ze potentiele passagiers niet buiten het treinstation hadden opgewacht, hadden ze de bus nooit vol gekregen. En dan nog 200 yuan (20 euro) durven vragen, terwijl de tickets waarschijnlijk 150 yuan zijn. Tot overmaat van ramp moet ook de motor nog gerepareerd worden. De drie Fransen, de Mongoliers en wij kijken elkaar eens aan en halen de schouders op in een soort berusting. We hebben al betaald en op geen manier kunnen wij ons geld nog terug krijgen. Er zit niets anders op dan in te stappen en maar hopen dat het goed gaat.

Om 15.30 uur verlaten we Erlian voor een 15 uur durende rit naar Beijing. Het gaat goed. We hoeven maar een keer te stoppen omdat de motor weer kuren heeft. Het gaat zelfs zo goed dat we eerder dan gepland in Beijing aankomen. We wrijven de slaap van drie uur nachtrust nog uit onze ogen als we ergens in Beijing met onze rugzakken alweer op de rug, naast de bus staan om 5.30 uur in de ochtend. Het begint net licht te worden. De buschuaffeur is zo aardig ons uit te leggen waar we zijn en dat is in een van de buitenwijken van Beijing. We laten ons met een taxi naar het eerste metrostation brengen. De metro spuugt ons er bij Changchunjie uit, de metrohalte in de buurt van het ons vertrouwde Feijing Beijing International Youth Hostel. De medewerkers liggen op de paar banken die in de hal staan nog te slapen. We wachten, dodelijk vermoeid van de twee dagen achter elkaar reizen en weinig slapen, rustig tot ze wakker worden. Als een van de medewerkers eindelijk wakker is en zich achter de receptie sleept, krijgen we een koude douche. Geen kamers meer, geen enkel bed is vrij. Ze geeft ons een paar telefoonnummers van hostels die we kunnen bellen, maar overal krijgen we hetzelfde antwoord:' Sorry, we zitten vol'. Heel Beijing lijkt stampvol backpackers te zitten. Moedeloos zakken we in een paar stoelen. Wat moeten we nu? Ik leun doodop mijn hoofd tegen een pilaar en sluit even mijn ogen. Dan hoor ik in de verte de stem van de receptioniste Marnix roepen. Ik dwing mezelf mijn ogen open te doen en zie Marnix lachen en heel vaak 'Thank you' zeggen. Ze zag onze vermoeidheid en besloot ons twee bedden te geven. Laconiek haalt ze haar schouders op: 'Nu maar hopen dat twee mensen die gereserveerd hebben niet op komen dagen'. Het kan ons even niet zoveel schelen en met nieuwe energie snellen we ons naar onze bedjes, heerlijk even een paar uur slapen.

Oude bekenden

Als we wakker worden een paar uur later ontdekken we dat het hostel vol zit met oude bekenden. Lisanne en Sander zijn er, onze reisgenoten op de trip in Mongolie, als ook Raul uit Brazilie en Tom uit Engeland. Supergezellig! Minder gezellig is de Nederlander-hatende-Belg, die Chinees studeert aan de universiteit in Beijing op onze dorm. Hij kan het niet laten ons te vermoeien met het afkraken van Nederland. De meest lachwekkende kritiek komt na mijn opmerking dat ik Tibet als een apart land zie en niet als een deel van China. Volgens hem is Nederland pas echt een bezetter omdat het Maastricht onvrijwillig ingelijfd heeft en alle mensen in Maastricht graag bij Belgie willen horen. We weten genoeg en reageren niet meer op zijn sarcastische opmerkingen. Na een tijdje laat hij ons met rust en richt hij zijn gifpijlen op een jongen uit Israel en Japan en een man uit Duitsland. Wij gaan liever eten met Lisanne en Sander of kletsen met Raul, heel wat prettiger en positiever gezelschap!

Bezoek aan vlooienmarkt

De lucht is donker en bedekt met dikke zwarte wolken. Voor de zekerheid stoppen we onze regenjassen maar in de tas. We gaan naar de grootste vlooienmarkt in Beijing: Panjiayuan. Een vriendelijke jongen in de bus vertelt ons dat hij bij dezelfde halte moet zijn en we hem kunnen volgen. Als we uitstappen, wijst hij ons hulpvaardig de weg, wenst ons een goede dag toe en verdwijnt. We hadden ons een voorstelling gemaakt van een Nederlandse vlooienmarkt: rommelige kraampjes en doeken op de grond met een hoop zooi waar je lekker tussen kunt graaien en zoeken. Maar we zijn niet in Nederland, maar in China, waar alles nieuw moet zijn. De koopwaar mag een beetje oud zijn, maar doeken op de grond en rommelige kraampjes? Dat kan echt niet. Strak georganiseerde hallen met thema's is wat we zien. OP grote borden staat zoiets als: 'Links is hal 1: waar u knopen, kralen en kettingen kunt krijgen, in hal 2 daar achter kunt u beelden en glaswerk vinden'. Geen reet aan dus. We vinden een straatje erg leuk waar kleine oude winkeltjes zijn, die zeker weten binnenkort tegen de vlakte gaan om vervangen te worden door weer een nieuwe hal,  die vooral veel oude communistische zooi verkopen. Van horloges waar Mao vriendelijk de mensen van China toezwaait of de rest van de wereld uitzwaait, wie zal het zeggen, tot stenen kitscherige Mao beeldjes waarbij hij omgeven wordt door jonge, gezond blozende arbeiderjongens. In een van themahallen vallen met twee kraampjes op: een met prachtige grote en on-Chinese kettingen en een met kunstig en sierlijk bewerkte doeken, die me ook on-Chinees overkomen. Wanneer ik de verkoopster eens goed bekijk, zie ik ook geen Chinese trekken. Eerder Laotiaanse trekken. Ik vraag haar waar die doeken vandaan komen en ze zegt in gebrekkig Engels: 'Zuid China'. 'Vlakbij Laos?' vraag ik nog en ze knikt. Ik kan het niet laten een stukje stof en een tasje te kopen. De scheurt de hemel open en stroomt de regen met bakken naar beneden. We willen niet langer op de markt blijven hangen en zo te zien houdt het voorlopig nog niet op. Met onze regenjassen over onze hoofden vluchten we de markt af en rennen de Mc Donalds binnen.

Onhartelijke groeten aan Mao

Rond half tien zijn we op het Tiananmen square. Voor het mausoleum van Mao staat al een flinke rij mensen te wachten. We lopen er omheen om ons achteraan te sluiten, maar de rij lijkt eindeloos door te gaan. Uiteindelijk moeten we het hele mausoleum, en geloof me, Mao ligt niet opgebaard in een kleine hal natuurlijk, omlopen om het einde van de rij te vinden. Mannen en vrouwen die regelmatig streng op hun fluitje blazen, houden de rij strak in het gelid. De rij beweegt de hele tijd en voetje voor voetje komen we dichterbij ons doel: de ingang van het mausoleum. Na een uurtje schuifelen is de ingang in zicht. De mensen om ons heen worden onrustig en beginnen te duwen en voor te dringen. Een vrouw met haar drie kindere, prikt de hele tijd met haar hand in onze rug of probeert haar arm tussen ons in te krijgen zodat ze voor kan dringen. We kijken haar verbaast aan. Tot dan toe was de rij vrij rustig en gedisciplineerd geweest, vanwaar opeens die onrust? Opeens duwt de vrouw ons opzij en rent naar een kraampje waar ze rozen per stuk verkopen. Dan begint het ons eindelijk te dagen. Voor de meeste Chinezen is Mao nog steeds een held en de gedachte hem bijna te gaan zien, is voor velen van deze mensen in de rij, die waarschijnlijk van buiten Beijing komen, teveel. Ze zijn ontzettend zenuwachtig om een glimp op te vangen van hun niet te evenaren held. We voelen ons bijna schuldig dat we ook in de rij staan, maar ook wij hebben een missie. Gedwee schuifelen we een voor een langs het standbeeld, waar iedereen zijn roos neerlegt als eerbetoon aan Mao en dan langs de opgebaarde man. Het is net een wassen beeld en ondanks dat Mao mijn eerste dode is die ik ooit zie, vind ik het niet bijzonder indrukwekkend. Een, wederom strenge man, maant ons aan om door te lopen en vlak voor we de hal verlaten draai ik me nog even om en zeg zachtjes maar duidelijk in de richting van de kist: 'O ja, je hebt nog de onhartelijke groeten van Jolien, lul!'.

Zweten op de muur

De dag voordat we Beijing verlaten gaan we dan eindelijk naar de Chinese muur. Om 7.00 uur in de ochtend zitten we klaar om met een busje met een handjevol backpackers naar Jinshaling gereden te worden. Vanaf daar is het een tien kilometer lange wandeling naar het eindpunt Simatai, waar we weer opgehaald worden.

Vandaag is de lucht strakblauw en de zon schijnt weelderig. Tegen het middaguur, op het heetst van de dag, arriveren we bij Jinshaling en gaan we aan de tocht beginnen. Ik heb niet mijn dag vandaag. Mijn benen lijken wel van lood en de spieren in mijn bovenbenen trillen onophoudelijk. Iedereen heeft vanaf de eerste klim geen droge draad meer aan zijn lijf. Doorweekt komen we aan bij de eerste wachttoren. Nog zestien torens te gaan. Na drie kilometer zwoegen, meer klimmend dan dalend, nemen we tien mintuen pauze. Mijn eerste flesje water heb ik al tot de laatste druppel opgedronken. Een Brit met zijn moeder heeft het ook moeilijk en beide komen met hoofden als meloenen bij de toren aan. Chineze handelsvrouwen, die genadeloos zijn, wervelen om ons heen. 'Ice water? 10 yuan! You want t-shirt? Buy cards?'. Ze staan soms op de meest ongelukkige stukken waar het steil omhoog gaat. Dan heb ik in ieder geval geen behoefte aan een kletspraatje dat zoets gaat als; 'Where are you from?'. Dat is maar goed ook, want de mensen die wel reageerden en even bleven kletsen met deze vrouwen, werd schaamteloos geld gevraagd voor het 'gesprek'.

Na wat afgekoeld te zijn, staan we weer op en het lijkt alsof de vermoeidheid van me afgevallen is. Geen trillende spieren meer, geen lood meer in mijn kuiten. Het is nog twee kilometer buffelen, waarbij we voornamelijk steigen, tot we op de helft zijn, maar het gaat een stuk makkelijker. Wanneer we de vijf kilometer gepasseerd zijn, is het grootste leed geleden. We dalen nu voornamelijk en kunnen meer genieten van het prachtige uitzicht voor en achter ons. Golvende bergen, begroeid met bomen en struiken als een zee van groene golven met over de kam die eindeloos lange muur, die alleen onderbroken wordt door de wachttorens.

In net geen vier uur zijn we bij het eindpunt aanbeland en trakteren we onszelf op een ijsje en een ijskoude cola. Al dat zweten is zeker de moeite waard geweest. Op de terugweg valt iedereen direct in slaap.