13 December 2018
 

Stad van dansende Tibetanen

Toegevoegd: 11 september 2006

Zhongdian, 1 en 2 september 2006

We krijgen een dikke zoen van Mama en een lunchpakketje voor onderweg als we afscheid nemen. Vlug hangt ze nog een kettinkje om onze nek. 'Lucky, lucky' is haar verklaring. Het busje dat ze voor ons geregeld heeft is een beetje aan de late kant en we zijn bang om de bus te missen naar Zhongdian. Mama blijft maar zeggen 'No worry, ok'. Mama en Papa zwaaien ons uit tot we uit het zicht zijn. En ze heeft gelijk; de bus staat nog keurig op ons te wachten.

Het is vier uur naar Zhongdian. Onderweg veren we een paar keer op omdat we prachtige vrouwen zien in traditionele kleding, met enorme hoeden. De hoeden worden vastgebonden met een kleurig geborduurd lint onder de kin en zijn versierd met meerdere kralenkettingen. De vrouwen zien eruit als Koninginnen van een of ander belangrijk hof.

Van Zhongdian verwachten we niet veel. De enige reden dat we ernaar toe gaan is om vanuit daar naar Tibet te reizen, over land en zonder permit; zoals we in het artikel in Beijing Times gelezen hebben moet het mogelijk zijn. Bij aankomst bellen we eerst het Harmony Guesthouse of ze ons willen ophalen. In de tussentijd tarten we het lot. We lopen naar de loketten en vragen zo onschuldig mogelijk: 'Is er een bus naar Lhasa?'. Tot onze verbazing antwoord de vrouw: 'Ja, hoor, aanstaande zondag vertrekt een sleeperbus. Duurt drie dagen.'. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. We wagen de sprong en vragen om drie tickets voor zondag. Zonder blikken of blozen overhandigt ze ons de tickets. We kunnen het bijna niet geloven! Zo makkelijk... Bijna te makkelijk misschien.

Zhongdian is verrassend leuk, vooral de oude wijk. De huizen zijn niet op zijn Chinees gerenoveerd en zijn dus veel meer authentiek. Het is ook een stuk minder toeristisch. Ons guesthouse is een van die oude houten huizen.  In het midden van het cafe staat een ouderwetse houtkachel, die 's avonds aangestoken wordt en zorgt voor de heerlijke open haard geur die in het hele guesthouse hangt. Het stadje ligt al op 3200 meter en vooral 's avonds koelt het flink af.

De eerste avond belanden we in de Khampa Caravan, een Tibetaans restaurant. Zhongdian is eigenlijk al Tibet, alleen hebben de Chinezen, nadat ze Tibet bezet hebben, de grenzen van Tibet verkleind en hoort het nu tot de Chinese provincie Yunnan. Een positief gevolg is dat de Tibetanen die in deze stad wonen, meer vrijheid hebben dan de Tibetanen in Lhasa bijvoorbeeld. Dat is te merken in het restaurant. Terwijl wij voor het eerst yakvlees proberen, wordt de volumeknop van de stereo steeds meer open gedraaid. De Tibetanen creeren een dansvloer in het midden van het restaurant en dansen in een kring op traditionele dansmuziek en Westerse pop. Na vijf minuten zijn we de enigen die nog zitten. Alle andere gasten staan te dansen. De vrolijkheid spat eraf.

Naast het guesthouse staat een stalletje waar een vrouw in die mooie traditionele kleding zit. We mogen een foto van haar maken mits we iets van haar kopen. Voor een keertje dan. Ik koop iets voor 5 yuan en Marnix maakt ondertussen een paar prachtige foto's van haar. Als we weglopen steekt ze tevreden haar pijp aan en lacht haar zwarte tanden bloot.

De tweede dag word ik wakker met een opstandige maag. Mijn fungi is back alive. Marnix en Jerrod gaan naar de monastery net buiten Zhongdian, ik blijf even rustig 'thuis', veilig in de buurt van een toilet. Om morgen met diarree drie dagen in een sleeperbus te gaan zitten lijkt me niet zo'n goed idee. 's Middags, als Marnix en Jerrod terugkomen, is mijn fungi al een stuk minder boos. We wandelen een stuk door de oude wijk en zoeken een internetcafe op. Tegen een uur of acht in de avond komen we terug. Het plein, in het midden van de oude wijk, staat vol met opnieuw dansende Tibetanen. Vanuit een winkel draait een dj op volle kracht de nieuwste Tibetaanse Danshits. Oude vrouwen in klederdracht, hun haar in twee lange vlechten op hun rug gebonden met gekleurde wol, dansen gracieus en gemakkelijk in een kring. Ze worden geflankeerd door jonge Tibetaanse mannen en vrouwen, Chinezen die in Zhongdian wonen en een enkele Chinese toerist, die probeert mee te doen. In het midden van de kring dansen de kleine Tibetaantjes, sommigen in traditionele kleren gestoken. Iemand vertelt ons dat ze dit elke avond doen. Vol verwondering staan we toe te kijken. De Tibetanen dansen gewoon door. Het is duidelijk dat dit geen toeristische attractie is.

We sluiten onze laatste dag in Zhongdian af met een bezoekje aan de grootste gebedsmolen van China, of is het nou Tibet? Mert een gouden gloed omgeven door de felle lampen, steekt de gebedsmolen overal bovenuit. We voegen ons tussen de andere mensen die de gebedsmolen al ronddraaien en draaien drie keer de gebedsmolen om zijn as. Manrix en Jerrod zijn 's middags al gaan kijken, toen de gebedsmolen niet ronddraaide. Ze kregen hem samen niet in beweging. Terwijl nu de Boedhisten mantra's prevelen tijdens het ronddraaien, fluisteren wij zachtjes: 'Get us to Lhasa!'.

De grote dag breekt aan. Zenuwachtig vertrekken we richting het busstation, de stad van de dansende Tibetanen achter ons laten. De grote vraag die ons alle drie bezig houdt is of ze ons in de bus toelaten of niet.