21 October 2018
 

Boos op China

Toegevoegd: 12 juli 2006

McLeod Ganj, 19 en 20 juni 2006

Wat een verschil met het lawaaierige, vieze en soms erg vervelende Delhi. Ondanks de grote horde toeristen, de tientallen hotels, restaurants en souvenierstalletjes is het een oase van rust. De enige die de rust soms verstoren zijn Indiase toeristen, die hun brede four-wheel drives al toeterend door de nauwe stegen van McLleod Ganj duwen, soms een monnik van de weg afrijdend. Iedereen loopt: wij, de andere blanke toeristen, de Nepalezen en de Tibetanen. Alleen de Indiers pakken voor elke 100 meter die ze moeten afleggen de auto. Gelukkig ziijn er meer Tibetanen dan Indiase toeristen. Niemand probeert ons in zijn of haar winkel te krijgen, niemand wil ons een trip verkopen of onze gids zijn. De Tibetanen zijn aardig, vriendelijk, rustig en soms ronduit verlegen. Ik verlies mijn hart aan dit volk. Het zijn prachtige mensen. Er is een groot nadeel aan onze sympathie voor de Tibetanen: we kunnen op slag niet meer onderhandelen. Als een oud Tibetaanse vrouwtje ons een warm kneepje in de arm geeft en 150 roepies vraagt, voor iets waar we maximaal 50 roepies voor willen betalen, kunnen we geen weerstand bieden. 'Ach' zeggen we elke keer tegen elkaar 'Het geld komt hier goed terecht'.

De Tibetaanse gemeenschap is hecht. In McLeod Ganj zijn tientallen groepen actief om de Tibetaanse jeugd van de straat te houden, om net gearriveerde vluchtelingen uit Tibet van werk te voorzien, om de Tibetaanse cultuur in leven te houden, om de armen (ook Indiers) van kleding, medische zorg en eten te voorzien, om aandacht te vragen vor de situatie van politieke gevangenen in de Chinese gevangenissen in Tibet ..... Al deze groepen worden door honderden NGO's en individuen van over de hele wereld gesteund. We weten niet meer wat we het eerst moeten doen. We kunnen naar films en documentaires over de situatie in Tibet, naar lezingen, naar discussieavonden met politieke vluchtelingen, naar een Tibetaanse dansshow of meedoen aan een Tibetaanse kookcursus. We laten het mmaar min of meer gebeuren. Als we toevallig langs een cafe lopen waar een documenatire draiit, stappen we naar binnen. Komen we langs een school waar de dansshow net gaat beginnen, kopen we nog snel een kaartje. We halen folders en boeken en lezen alles wat los en vast zit over Tibet. Natuurlijk bezoeken we ook het Tsuglagkhangcomplex, waar het Tibetmuseum, de tempel en het huis van de Dalai Lama staat. Het museum schokt ons diep. We wisten niet dat 90% van het culturele erfgoed van Tibet vernielt was in de Culturele Revolutie. Of dat Tibetaanse vrouwen stelselmatig gedwongen worden een abortus te ondergaan of gesterilliseerd te worden, zodat ze bijna niet meer naar een ziekenhuis durven als ze ziek zijn. Dat Tibetanen niet vrij mogen reizen en ga zo maar door. Aan het eind van ons bezoek zijn we zo boos op China dat we beginnen te twijfelen of we er nog wel naar toe willen. Maar de wens om naar Tibet te gaan wordt alleen maar groter en om daar te komen, moeten we wel eerst door China heen.