13 December 2018
 

Relaxen in Diu

Toegevoegd: 17 juni 2006

Diu, 24 mei tot en met 1 juni 2006

Vanaf Junagadh gaan we met een gammele overheidsbus naar Una. Met algehele doodsverachting trapt de chauffeur het gaspedaal diep in en haalt inhaalmanouvres uit die onze hartslagen even doet stoppen. Maar we halen het zonder ongelukken. In Una hebben we de keuze om anderhalf uur te wachten op de bus naar Diu of om een rikshaw te pakken. Het busstation van Una ziet er niet erg uitnodigend uit om er ruim een uur rond te hangen, dus kiezen we voor de rikshaw. Ik heb direct een hekel aan de chauffeur. Het is zijn nepsmile die me niet aan staat. Na 20 meter stopt hij om een zogenaamde vriend in te laten stappen. Ik wist het! Lekker op onze kosten een gratis ritje maken zeker.... Ik wacht tot we weer rijden en zeg dan: 'Nu betalen we nog maar 80 rupees'. De chauffeur kijkt om en trekt een onschuldig gezicht 'Maar dit is mijn vriend'. Als hij ons bij het Super Silver Guest house afzet, geef ik hem 80 rupees. Diep beledigd begint hij een lang verhaal dat er op neer komt dat we 100 rupees hadden afgesproken. Ik kap hem af door te zeggen dat hij degene is die zich niet aan de afspraak houdt. Om er niet een te grote scene van te maken, geef ik hem nog 10 rupees, waarop hij boos zegt; 'Go, just go'. We maken dat we wegkomen.

Het Super Silver Guest house verruilen we dag erna voor het Sao Tome Retire Home. Voor 250 rupees krijgen we daar een torenkamertje in de oude Saint Thomas kerk. Vanuit ons raam kijken uit op zee en de prachtige witte kathedraal, dat nu een ziekenhuis is. Als we de deur openzetten waait een heerlijke verkoelende zeebries door onze turkooisblauw geschilderde kamer met Micky Mouse gordijnen voor de ramen. Voor het eerst hoeven we de ventilator niet aan te zetten. Met de kamer, krijgen we er ook een hond bij, die ook van het koele windje wil genieten en zich elke keer op onze trap nestelt. Na een dag herkent hij onze stemmen al en kwispelt vriendelijk als we 'thuis' komen.

Het is buiten te warm om erg actief te zijn. En op het strand liggen in bikini is niet verstandig met al die mannelijke Indische toeristen, die zich vanaf de vroege ochtend al volgieten met het goedkope bier dat in Diu verkocht wordt. Het komt erop neer dat we 's ochtends door Diu wandelen en vanaf 11.00 uur lekker luieren en lezen in onze koele kamer. Vanaf 16.00 uur wagen we ons pas weer buiten. Tegen de avond klimmen alle reizigers, die allemaal ergens in de kerk een kamer hebben, het koepeldak op. De Saint Thomas is het hoogste gebouw in Diu en het uitzicht vanaf het koepeldak is prachtig. Zeker als alle gebouwen (het fort, de gevangenis dat in zee ligt, de kerken en het ziekenhuis) net na 19.00 uur verlicht worden. De ietwat mislukte lichtfontein voor 'onze' kerk maakt het geheel helemaal af.

Klokslag 20.00 uur verzamelen we ons in het tuintje naast de kerk, waar we elke keer verrast worden door de vrouw van de eigenaar met heerlijke Portugese gerechten.

Tot 1961 was Diu Portugees grondgebied. De huizen zijn vooral lichtblauw of roze geschilderd. De enige die ons wel eens lastig vallen zijn de Indische toeristen, die iets te diep in het glaasje hebben gekeken. De eilandbewoners zelf maken zich nergens druk over en zijn zeer relaxed. De oude wijk is een doolhof van smalle kronkelige straatjes, waar nog een paar rijk gedecoreerde koopmanshuizen (haveli's) staan.

Een dag huren we een brommer en crossen het eiland over, door kleine vissersdorpjes, langs het drukke Nagoa strand en de scheepswerf. Roodverbrand komen we aan het eind van de middag weer terug. We bezoeken het fort, maar dat ziet er van de buitenkant heel wat leuker uit, de bruidstaartkerk Saint Paul met een pompeus, maar mooi altaar en het hilarische schelpenmuseum. Een kapitein van een groot schip, die de hele wereld over is gevaren, is begonnen met schelpen verzamelen, overal vandaan. De beste man is nu met pensioen en moest toch wat met zijn ietwat uit de hand gelopen hobby. Het museum staat zo vol met glazen potten vol schelpen met een vergrootglas in het deksel, dat er bijna geen ruimte meer is om te lopen. De kapitein zit trots achter zijn bureautje bij de ingang en glundert als we hem een paar vragen stellen.

Als we 's avonds weer voor onze bord rijst, viscurry en verse groente zitten, weten we dat Diu ons van onze reisdip heeft genezen. Na een week luieren is het tijd om verder te gaan. Op naar Rajasthan...