16 December 2018
 

Een duik in het leven van de Marahaja's

Toegevoegd: 17 juni 2006

Jaipur, 9 tot en met 12 juni 2006

De laatste stad die we in Rajasthan bezoeken is Jaipur; de hoofdstad van de staat. En daar is het dan weer: de stank, de drukte, het vuil en het oorverdovende lawaai. Voor het eerst krijgen we te maken met echt vervelende rikshawchauffeurs, die ons of teveel geld vragen of langs een paar souvenierwinkels willen omdat zij daar commissie krijgen en waar wij ons blauw betalen. Het is elke keer een gevecht om een redelijke prijs voor elkaar te krijgen en in een keer gebracht te worden waar we naar toe willen.

Nou loopt de temperatuur in Jaipur soms op tot 46 graden en dat vinden wij zelfs een beetje teveel van het goede. Zodra we een paar stappen zetten, beginnen onze lichamen vanzelf te sproeien, alsof het fonteinen zijn die aangezet worden. Voor het eerst nemen we dan ook een kamer met air-cooler in het geweldige en gezellige Pearl Palace Hotel.

Omdat het alleen tot 11.00 uur nog uit te houden is buiten, vertrekken we de tweede dag vroeg in de ochtend. Om 9.00 uur staan we voor het bekende Paleis van de Winden (Nawa Mahal), gebouwd in 1799. Via de achterkant van het paleis kunnen we er in. Het valt ons een beetje tegen. Het is leeg, doods en zelfs vies. Zelfs de gids kan met zijn toch interessante verhalen geen leven in het gebouw blazen. De 365 raampjes aan de voorkant van het paleis kijken uit op de hoofdstraat van de oude stad, ook wel de roze stad genoemd. Zo roze vinden wij het niet, maar het idee dat de 12 echtgenotes en de 3000 meisjes van plezier van de Maharaja alleen door deze raampjes contact hadden met de buitenwereld is intrigerend. In het vier verdiepingen tellende gebouw zijn geen trappen te vinden, maar schuin omhoog lopende gangen. Alleen onvruchtbare of gecastreerde mannen werden door de Maharaja in dienst genomen om zijn harem te bewaken. Dezelfde mannen trokken de vrouwen op karretjes door de gangen omhoog. Niet omdat de dames zo lui waren, maar omdat ze zo zwaar behangen waren met gouden sieraden dat ze door het gewicht, soms 25 kilo, niet meer konden lopen.

Het triste van het Paleis van Winden is dat het slecht onderhouden is. Waar ooit fresco's op de muren te zien waren, heeft de Indiase overheid besloten dat een laagje gele verf ook wel mooi was. In de wat afgelegen hoeken hebben, zo te ruiken, meerdere bezoekers hun blazen geleegd en de gangen zijn ondergekalkd met namen van bezoekers die het nodig vonden hun visitekaartje achter te laten. Overal zijn de smerige rode spuugvlekken te zien van Indiers die graag op de rode noten kauwen. Pas als we vanaf de straat de voorkant van het paleis zien, begrijpen we waarom dit gebouw op de Unesco lijst staat.

Op de derde dag gaan we met Rick en Teun, op het dakterras ontmoet tijdens de vele uurtjes neits doen, naar het Amber fort. Het fort ligt 12 kilometer buiten Jaipur. Onze rikshawchauffeur scheurt als een idioot door de stad en we zijn er dan ook snel. Helaas zijn de prijzen om per olifant naar boven te gaan meer dan verdubbeld en dat vinden we echt te duur. Dus gaan we zelf maar lopen.Amber was eerst de hoofdstad van de staat Jaipur en de Maharaja begon in 1592 met het bouwen van het fort. Door de latere koningen is het fort uitgebreid. Het roode fort rijst hoog boven alles uit. Maar ook hier geldt dat het van buiten indrukwekkender is dan van binnen. Op een paar mooi bewerkte hallen en poorten na, is het niet veel meer dan een verzameling kale gangen en kamers.

Op de vierde dag ondernemen we dan ook geen poging meer om iets te bezoeken. We besteden onze uren om al onze verzamelde souveniers, die ervoor zorgden dat onze rugzakken de laatste weken uitpuilden, op te sturen. Het is druk op het postkantoor en we zijn er uren zoet. Een jongen met glasharde ogen draalt de hele tijd om ons heen. Ik moet niets van hem hebben, alle alarmbellen gaan bij me af. Die jongen heeft slechte bedoelingen. Op een gegeven moment vraag ik hem om met zijn eigen zaken te bemoeien en de bom barst. Hij schreeuwt over zijn toeren dat ik een racist ben en Marnix is een motherfucker en asshole. De andere Indiers reageren afkeurend op zijn gedrag, maar grijpen niet in. Hij tiert een tijdje door en we negeren hem verder, maar zijn toch even bang dat hij ons buiten op staat te wachten om ons op ons gezicht te timmeren of erger.. Gelukkig bijten blaffende honden in India ook niet en er is niets aan de hand als we twee uur later eindelijk buiten staan.