13 December 2018
 

De mooiste plek ter wereld

Toegevoegd: 12 juli 2006

Kaza, 30 juni 2006

Kibber is een traditioneel bergdorpje dat op 4205 meter hoogte ligt. We boeken een trip bij de sympathieke Lotey van Spiti Holidays en Adventures. De weg naar Kibber toe is niet de mooiste rit die we tot dan toe gemaakt hebben, maar als we uitstappen ligt het dorp zo overdonderdend mooi dat we zeker tien minuten ademloos staan te kijken.

De witte stenen huisjes met de daken van dikke lagen stro liggen oogverblindend in de felle zon. De bergen liggen in een omarming om het dorp heen. De raamkozijnen van elk huis zijn felgeel, rood of blauw geschilderd, wat een het dorp iets vrolijks geeft.

Veel toeristen weten de weg naar Kibber inmiddels te vinden, maar het lijkt geen negatief effect op de sfeer te hebben. Iedereen gaat onverstoorbaar door met waar ze mee bezig zijn. Ze groeten vriendelijk en accepteren dat we door hun dorpje banjeren en hun gompa bekijken. We kunnen er geen genoeg van krijgen, en als we op het terras van een van de weinige guesthouses iets drinken, zijn we er allebei van overtuigd dat Kibber misschien wel het mooiste plekje op aarde is.

Maar er wacht ons nog een verassing. De chauffeur brengt ons naar Ki Gompa, een klooster dat bovenop een rots balanceert op 4116 meter hoogte. Tsering, een van de 120 monniken, laat ons de oudste vertrekken zien, die verschillende aanvallen van andere religieuze groepen en de aardbeving van 1975 hebben overleefd. De gompa is gebouwd door Ringchen Zangpo (zie verhaal over Tabo) in de 16e eeuw.

De vertrekken zijn donker en de geur van oud hout vermengt zich met die van wierook. Als onze ogen gewend zijn aan het donker zien we de prachtige fresco's over het leven van Boedha. De kasten staan vol met oude geschriftrollen, die eruit zien alsof ze elk moment in stof kunnen veranderen. Een vertrek is speciaal gereserveerd voor de Dalai Lama, voor het geval hij langskomt. Ook hier staat een gele troon klaar voor de spirituele leider van Tibet. Buiten zijn kamer zit een monnik gebedsvlaggetjes te drukken.

Na de rondleiding in de oude vertrekken, neemt Tsering ons mee naar de keuken, waar hji ons op een massala thee trakteert. We voelen ons op ons gemak bij deze monnik en in deze ouderwetse boerenkeuken en vragen hem het hemd van het lijf. Geduldig geeft hij uitleg en nodigt ons uit om een keer eind juli terug te komen wanneer ze een festival in de gompa hebben. Als afsluiter laat hij de nieuwe tempel zien, waar elke ochtend om 6.00 uur de monniken mantra's zingen.

We laten veel donaties achter ni de her en der verspreid staande boxen, juist omdat niemand erom vraagt (daar kunnen de Hindoes en Ethiopiers nog wat van leren). De pure schoonheid van deze plekken is zo overweldigend dat we de rest van de dag niets anders doen dan een beetje lezen en steeds weer opnieuw de foto's te bekijken, alsof we onszelf ervan willen overtuigen dat het echt waar is wat we gezien hebben.